Handleiding Drill Control

Topografie

 

De topografische situatie betreft het bovenaanzicht van de as-built boring. Afhankelijk van de gekozen methode zal deze stap bepaalde invoervelden laten zien.

 

Bij methode 'Pitch en diepte':

 

Bij methode 'Coördinaten':

 

Bij methode '3D polylijn' is er geen keuze betreffende de topografie.

 

Bij methode 'Afstand en diepte':

 

Startpositie

Voor sommige situaties is het nodig om een startpunt op te geven van de as-built boring, en eventueel een richtpunt. Deze punten kunnen met behulp van de aangegeven knoppen uit de tekening worden bepaald of worden ingevoerd in de invoervelden.

Als is ingesteld dat de gegevens verwerkt moeten worden langs een te selecteren lijn dan zal de wizard vragen om een polylijn te selecteren die als pad kan dienen. De muiscursor toont een pijl die gebruikt kan worden om de boorrichting in te stellen:

 

Hoogte

Als uit het gekozen pad blijkt dat er een andere hoogte bepaald kan worden dan de ingestelde starthoogte dan wordt gevraagd of de ingestelde hoogte vervangen moet worden:

De hoogte kan ook ingesteld zijn relatief ten opzichte van het intredepunt. Deze hoogte wordt dan op 0.0m gezet.

 

In de volgende stap kunnen de eigenschappen van het profielraster worden ingesteld.

 

 


Drill Control v8.1

ARKANCE © 2024